Het is volop zomer. Temperaturen stijgen tot een onmenselijke
hoogte. De dakplatanen zijn gelukkig ook dit jaar
weer volop uitgelopen en bieden met hun enorme bladeren
koelte op het terras. Rondom de tuin hult de Wisteria de
schutting in weelderig groen, met hier en daar een trosje
bloemen uit de tweede bloei. Het is nog flink aanpoten om
alle uitschieters in toom te houden. Als je twee weken niet
snoeit, reiken hun dunne uitlopende slierten de tuin in. Het
lijken grijphandjes, op zoek naar een nieuw houvast. De
bomen en de Wisteria zijn inmiddels zo volwassen, dat hun
wortels tot diep in de grond reiken, zowel onder onze tuin
als die van de drie buren. Met het hoge grondwater in de
Haarlemmermeer hebben ze een constante waterbron. Ze
staan er fris bij – weer of geen weer.
De plantjes in de kas en in de potten zijn iets minder gelukkig.
Net als de appelboom die we in een pot hebben
staan. Die heeft dit jaar enorm veel bloesem gehad en hangt
nu vol met kleine appeltjes. Ze snakken allemaal naar water.
We hebben geen buitenkraan en weinig ruimte over in de
tuin. Gelukkig is daar de oplossing: de stadston. Een paar
jaar geleden kreeg ik onze eerste stadston als verjaardagscadeau.
Die staat voor het huis. Nu hebben we een tweede
exemplaar gekocht, die we in de poort naast het huis
kunnen plaatsen. De stadston is een regenton met een
capaciteit van 125 liter. Het mooie is dat hij heel smal is.
Hij past precies op een standaardstoeptegel. Zo kun je hem
makkelijk kwijt tegen de gevel en kunnen onze buren nog
steeds moeiteloos door de poort. En wij kunnen met twee
tonnen bij elke regenbui 250 liter water opslaan om bij
droogte de plantjes regenwater te geven in plaats van
kostbaar en chloorrijk kraanwater.
In mei at ik een heel maaltje peultjes van mijn plantjes uit
de kas. En met een beetje geluk bak ik in september een
appeltaart met appeltjes van eigen boom. Als de kinderen
er tenminste aan denken om in onze vakantieweken de
boom ook dagelijks een gietertje water te geven. Maar dat
komt vast goed.
Dorien van de Linde