Haarlemmermeer

Column - Maart 2026

Jaren geleden zagen mijn man en ik in De tuinen van
Appeltern
een idyllisch tafereel: twee dakplatanen die
samen een natuurlijk dak vormden boven een klein bankje.
Zo’n romantisch zitje wilden wij ook. Toen we toch een
nieuwe tuin moesten aanleggen - de heermoes had de
oude inmiddels definitief veroverd - besloten we dat het
moment daar was.

Achter in de tuin plantten we op beide hoeken een plataan.
Maar al snel bleek dat ze te ver uit elkaar stonden. In plaats
van elegant in elkaar te groeien, leken ze op twee geliefden
die wanhopig naar elkaar reikten, maar elkaar nét niet konden
aanraken.

Snoeien durfden we nauwelijks. Iedere tak die horizontaal een
beetje in de goede richting wees, spaarden we angstvallig. Het
gevolg: de bomen werden wilder, groter en eigenzinniger.
Uiteindelijk riepen we de hulp in van een hovenier. Die ging
zonder pardon drastisch te werk. Wij stonden nerveus toe te
kijken hoe de kruin bijna volledig verdween en alleen de dikste
takken overbleven. Het waren eigenlijk precies de takken
waarmee ze ooit geleverd waren.

Doodeng, maar het werkte. In het voorjaar liepen ze vrolijk uit,
alsof er niets gebeurd was. Sindsdien snoeien we zelf ook wat
rigoureuzer. En elk jaar hopen we dat het weer goedkomt. De platanen
zijn ongeveer de laatste bomen die uitlopen, dus er is ieder jaar nog een
moment dat we denken: “Hebben we ze dit jaar tóch te hard aangepakt?”

Nu is het februari. De sneeuw is weg, de vorst bijna voorbij. De platanen
steken hun lange takken recht de lucht in. Die mogen er binnenkort af.
Alleen de stevige basis blijft staan.

Voor we aan de bomen toekomen, krijgt de mini‑kas een beurt. Onze tuin
heeft twee verhoogde bakken van zo’n 50 centimeter hoog, waarvan één
dienstdoet als moestuin. Nadat ik het eerste seizoen moest aanzien hoe
slakken iedere aardbei zorgvuldig uitholden, vond ik een mini-kas die
precies over het voorste deel van mijn bak paste. Net genoeg om je sla
en aardbeien een reële kans te geven.

Het afgelopen jaar had ik een moment van onoplettendheid. De planten-
bak werd overgenomen door de Cymbalaria Muralis: de Muurleeuwenbek.
Ik heb een beetje een haat-liefde verhouding met dit plantje. Het groeit
echt overal: in bloempotten, in schaduwrijke borders, zelfs tussen de
kieren van het muurtje van de moestuin. Het is een delicaat gevalletje
met een lieflijk paars-geel bloemetje. Wel zo gezellig. Maar het is dus ook
onstuitbaar en kan ongekend woekeren. Gelukkig trek je het er zo uit.

Nog heel even. Dan is de vorst voorbij, lopen de bomen weer uit en kan
er weer gezaaid worden. Dan begint het voorjaar. Ik kan niet wachten.

Dorien van de Linde